Taal versus rekenen




(verscheen in 'tijdschift voor Remedial Teaching')


Aardig aan het RT magazine is, dat het gekozen heeft voor een rekenspecial en een taalspecial. Vorige editie betrof de rekenspecial, momenteel leest of bladert u in de taalspecial. Al jaren vechten deze twee vakgebieden om de eerste plaats in het onderwijs. Dat klinkt logischer dan het misschien is. Deze column betreft beide vakgebieden en een deel van de samenhang tussen beide. Die is er namelijk weldegelijk. Maar wie weet wist u –als onderwijsgeïnteresseerde- dit al lang. Allereerst lijkt taal het ruimschoots te winnen van rekenen in belangrijkheid. De mens begint al vroeg in zijn leven met taal, door te kijken naar de mondbewegingen van mama en het luisteren naar de geluiden die zij voortbrengt. Een en al taal. Een tweede sterk argument om taal belangijker te vinden, is dat binnen het onderwijs meer taalvakken zijn dan rekenvakken. Lezen, technisch, begrijpend, stil-, spelling, schrijven, Engels en later op de middelbare natuurlijk Duits, Frans, soms Spaans en nog ‘somser ‘ Klassieke Talen. Meer vakken en dus belangrijker.


Rekentijd 


Toch wordt er op de basisschool griezelig veel tijd besteed aan rekenen. Altijd start op vrijwel elke basisschool de dag met rekenonderwijs, op de uren dat de concentratie bij kinderen het hoogst is, en daarmee vermoedelijk het leerrendement. Merkwaardige keus eigenlijk. (Niet voor niets riep ik wel eens binnen een onderwijsteam, dat diegene die het vak muziek of handvaardigheid echt serieus nam, dit eens ’s morgens tussen 09.00 en 10.00 moest geven, bij een hoge concentratie. De onderwijzer die rekenen altijd om 14.30 inplant, zal niet snel serieus genomen worden.)


Rekentermen 


Aan de andere kant, zo pleiten Rekenaanhangers, is de vaardigheid ‘tellen’ nodig om de 26 verschillende letters te kunnen bepalen. Denk ook even aan andere rekentermen binnen het taalonderwijs, zoals ‘dubbel  t’, ‘een extra  e’ of ‘klinkerverdubbeling’. Boekenbladzijden worden genummerd, zelfs taalboeken tenslotte. Zo blijft de strijd interessant en de vakgebieden onlosmakelijk met elkaar verbonden. Daar wil ik dan ook met u naar toe, naar deze verbondenheid en de vraag of deze er nu wel of niet is.


Alfa of Bèta? 


Onderwijshistorisch werden leerlingen nogal eens ingedeeld in het Rekenkamp of juist het Taalkamp. Men was of een alfa, dan wel een bèta. (nb: voor deze indeling koos men oud Griekse letters, hetgeen weer pleit voor taal!) In het helaas te vroeg gestopte TV spelletje ‘cijfers en letters’ waren er altijd specialisten. Bijna nooit beheerste een kandidaat beide vakgebieden even goed. Bij twijfel over de correctheid van een woord bepaalde Henri Knap de waarheid. Maar Henri rekende niet, liet dit over aan specialist Wim Huygen. (die overigens een vrij beroerd handschrift had, maar dit terzijde) Voor beide vakgebieden waren specialisten nodig, iemand alleen kon dat blijkbaar niet. Toch een tweedeling dan?


Blind of doof? 


Tot slot nog een maatschappelijke invalshoek. Redden mensen die niet kunnen rekenen het in onze maatschappij beter dan zij die geen taal beheersen? Tja. Dat is zo’n vraag uit de categorie ‘zou je liever blind willen zijn dan doof’?  Het zal wel persoonlijk zijn. Laten we het er maar op houden dat beide vakgebieden even belangrijk en noodzakelijk zijn. Dit ondanks dat ik eindexamen deed in vijf talen, aardrijkskunde en geschiedenis. Tevens beschik ik over een fantastische rekenmachine en ben ik nog nooit iemand met een taalmachine tegengekomen.